"John en Max"
29/06/2012 - 22:47 ![]()
De nieuwe trainer van Royal Sporting Club Anderlecht weet wat
hem te doen staat. Een eerste selectie doorvoeren. Na twee weken zullen
de supporters al wat meer weten. Samen met zijn assistenten zal hij de
prestaties van de aanwezige kernspelers grondig doorlichten. John van
den Brom zal elke speler een kans geven.
De
wedstrijden tegen Diegem, Virton en SK Ronse zijn al bepalend voor
enkele kern- en jeugdspelers. De sfeer is goed. De Nederlandse inbreng
staat voor nuchtere ongedwongenheid. "Coach, mag onze clubfotograaf
enkele kiekjes nemen in de fitnesszaal tijdens de inspanningstests?"
vraag ik. "David, dat beslis jij zelf. Jij kent je job," zegt de jonge
trainer met de glimlach. Rechttoe, rechtaan. Ook onze nieuwe doelmannencoach, Max de Jong, een Hagenees – geen Hagenaar want die komt uit de rand van Den Haag, het strand – doet heel gewoon. De Jong past zijn nieuwe voetbalschoenen bij de materiaalmannen, Jean Demayer (ex-RWDM) en Jeanke De Bock, de enige man van RSC Anderlecht die voor alle elftallen heeft gewerkt. De Jong geniet zichtbaar. "Lekker hé, coach, nieuwe schoenen?" zeg ik. "David, dit is het mooiste moment van het seizoen. Nieuw materiaal passen is heerlijk." De voormalige doelwachter straalt. Dat gevoel verdwijnt nooit. Van het passen van het allereerste paar voetbalschoenen op heel jonge leeftijd tot het allerlaatste, het blijft iets magisch. De Nederlandse nieuwelingen zijn doodnormale voetbaldieren die hun wittebroodsdagen meemaken. Bij Anderlecht duren die nooit lang, zeker geen weken. Je hebt maar één slechte uitslag nodig om de druk te voelen en te trotseren. Maar vandaag is alles nieuw, en het jeugd- en trainingscentrum in Neerpede maakt een verpletterende indruk op beide trainers, de collega's staan in het gelid klaar om hen bij te staan en de integratie te bespoedigen. De Brusselse hartelijkheid is een vaste waarde. Zo gaat John van den Brom op huizenjacht. Het centrum van Brussel lijkt hem wel wat, maar uiteindelijk kiest hij voor de veilige groene rand. Max de Jong moet nog kiezen. In afwachting logeren de twee op hotel. Na hun tweede werkdag organiseer ik een etentje in het huis van vertrouwen, de Bar Bik, in de schaduw van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Ook de nieuwe team manager, voormalig topvoetballer Gunter Van Handenhoven, en de verantwoordelijke van de sociale cel zijn erbij. Het wordt een geweldige avond. Met eten scoor je altijd bij Nederlanders. Daarna gaan we naar het nieuwste café, de Flamingo, van de ondernemer die stadsontwikkelaar is: Frédéric Nicolay. Elk nieuw café van Nicolay doet volledige wijken herleven. Het Sint-Goriksplein met de Zebra, de Mappa Mundo, Le Roi des Belges... – stuk voor stuk goed draaiende ontmoetingsplaatsen die allemaal heel verschillend zijn. Het is geen keten, integendeel: het is Brusselse eigenheid. Ik leg het allemaal uit aan mijn nieuwe collega's. Ze vinden het best. Ook de andere aspecten van de Alhambrawijk doen hen glimlachen. Straatprostitutie tegenover een hip café. Zoiets kan alleen in onze hoofdstad. John en Max hebben het naar hun zin. De resultaten moeten volgen, want ze verdienen het. Van Rensenbrink tot Van den Brom, Anderlecht heeft iets met Nederland. David Steegen voor PurpleSpirit.be |



